• Bronnen

    Mondelinge bronnen
    Ton Langenhuijzen, auteur van het boek ‘Van concurrentie naar eenheid’
    Gerard Ulijn, onderzoeker en oud-wethouder van de gemeente Oss
    Henk Boeijen, oud-medewerker Zwanenberg
    Jo de Louw, oud-medewerker Zwanenberg
    Jan van Thiel, oud-medewerker Hartog
    Harrie Vissers, oud-medewerker Hartog
    Alex den Brok, medewerker Unox
    Yvette Heijwegen, works director Unox
    Leo Uittenbogerd, oud-manager Zwanenberg
    Jan Pelle, directeur Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM)
    Jan van Loon, wethouder Economische Zaken in Oss
    Hans van Eenennaam, oud-medewerker MSD en oprichter Bionovion

    Literatuur
    Van concurrentie naar eenheid, Ton Langenhuijzen
    Made in Oss, Jos Peeters e.a.
    Oss in de twintigste eeuw, Dick Dijs
    De bende van Oss, Martin Schouten
    Een ontbrekende schakel in de geschiedschrijving van de ontwikkelingen van de ondernemingen in Oss, H. Philipsen
    Diverse artikelen uit Lexis Nexis (Brabants Dagblad, Dagblad van het Noorden)

    Data tijdlijn
    Ton Langenhuijzen (1840-1985)
    Brabants Dagblad, Dagblad van het Noorden (1985-2011)

    Overige data
    Dorette van Alphen, persvoorlichter Unox in Oss
    Bernard Loose, dataspecialist gemeente Oss
    Jurgen Theissen, woordvoerder MSD

    Foto's
    Yoeri Nijs
    Stadsarchief Oss - website

    Foto's externe fotografen (Flickr, creative commons)
    Informatique, Photo Robson, Bernt Rostad, Theoruiz, Gandalf Cunningham, Pulmonary Pathology, Libertas Academica, Horia Varlan, Yuvi Panda, Micahb37, Col & Tasha, FotosGovBa, NorthernIrelandExecutive, Chimothy2, Epsos, Aresbaubum, ImagesOfMoney, Wfabry, Alf Melin, Julian Santacruz, MrB MMX, Fotosinteresantes, Fireball100, World Economic Forum, Rakkhi, Plast Anka, Chuwasg, eMagineArt, See Ming Lee, Cherry Cyanide, Justj0000lie, Francois Schnell, Heipei, Tulande Public Relations, Army Medicine, Ano Lobb, Mattbuck4950, Nazareth College, Shannon Dosemagen, Greatdegree, Sbeez, Euthman, Sids1, USACE Europe District, Avlxyz, DFID UK Department For International Development, The National Guard, Micah Sittig, Woordenaar, CodonAUG.

    Videobeelden
    Henk Boeijen (archiefbeeld slagerij Zwanenberg)
    Omroep Brabant (archiefbeeld politicus 1, eindverhaal)

  • Welkom bij De Osse Groei, de website over de industrialisatie van Unox en Organon in Oss.

    De Osse Groei is opgebouwd uit verschillende invalshoeken, verhalen van onder andere politici, historici en werknemers. De site gaat over Unox (ontstaan uit Hartog en Zwanenberg) enerzijds, en Organon (nu onderdeel van MSD) anderzijds. Beide bedrijven delen een gezamenlijke geschiedenis.

    Deze website kent geen menu, maar een andere vorm van navigatie. Bekijk daarom eerst de handleiding.

    - Yoeri Nijs (over het waarom | afstudeerblog)

  • Credits

    Concept en journalistieke uitwerking:
    Yoeri Nijs

    Design en technische realisatie:
    Sam van der Heijden - website

1870-1950

1950-1990

1990-2012

Toekomst

'Er heerste vijandigheid tussen Hartog en Zwanenberg'


OSS - Oss en de industrie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Velen kennen de stad van grote namen, waarvan vleesverwerker Unox waarschijnlijk een van de bekendste is. Maar ruim veertig jaar geleden leek het ondenkbaar dat het huidige bedrijf er ooit zou komen. Daarover vertelt de 50-jarige historicus Ton Langenhuijzen uit Oss.

Unox komt voort uit Hartogs Vleeschfabrieken. Hartog was met concurrent Zwanenberg afgelopen eeuw een grote werkgever in Oss. In de hoogtijdagen werkten er in totaal zesduizend Ossenaren, goed voor een groot deel van de lokale arbeiderspopulatie. De twee familiebedrijven exporteerden jaarlijks honderdduizenden kilotonnen aan vlees naar het buitenland, van varkenspoten tot gekookte baarmoeders.

Concurrentiestrijd
De families Hartog en Van Zwanenberg waren sinds de oprichting van hun slachterijen eind negentiende eeuw grote rivalen. Ze produceerden dezelfde vleeswaren en maakten dezelfde margarine. Ook stonden hun fabrieken letterlijk naast elkaar, vlakbij het spoor aan de Gasstraat in Oss.

De directies wilden zo min mogelijk met elkaar van doen hebben. Hoge bakstenen muren aan weerszijden moesten werknemers van beide kampen ervan weerhouden om elkaar te bespieden. Het piepkleine weggetje tussenin, waar net een auto doorheen kon, stond symbool voor de spijkerharde concurrentiestrijd. Het steegje werd door werknemers spottend het 'concurrentiestraatje' genoemd.

Arbeiders bespiedden elkaar
De muren en het straatje weerhielden de arbeiders er niet van elkaar te begluren, weet Langenhuijzen uit de gesprekken die hij hield. "Ze gluurden over de muur heen om te zien hoeveel varkens de andere partij die dag kreeg aangeleverd." Verder discussieerden zij over de hoogte van hun fabriekspijpen en over wie nu eigenlijk de beste werknemersverenigingen had. "Er heerste een soort vijandigheid."

De strijd tussen was zelfs zo serieus dat op luchtfoto's van de vleesverwerkers de rivaal werd weggepoetst. Op de plaats van de concurrent stonden bomen of was er een witte waas zichtbaar. Een oude ansichtkaart van Hartog uit de jaren dertig laat dat duidelijk zien.

Overname van Hartog door Unilever
Hartogs Vleeschfabrieken werd in 1929 verkocht aan de Margarine Unie, die in datzelfde jaar werd omgedoopt tot Unilever. Unilever nam de vleesverwerker over omdat het behalve worsten en hammen ook margarine van dierlijk vet maakte. Hartog ging verder onder de naam Unox - naar verluidt een samenvoeging van unie en 'ox', het Engelse woord voor os - maar werd door Ossenaren steevast bij de oude naam genoemd.

De overname kon geen einde maken aan de bittere concurrentiestrijd. Medewerkers van 'Hartog' bleven fel ageren tegen rivaal Zwanenberg, dat nog steeds als de grote concurrent werd gezien. Langenhuijzen kan het weten: de concurrentie kreeg hij met de paplepel ingegoten. Zijn vader werkte als opzichter bij Unox, zijn moeder op kantoor bij Zwanenberg.

Toen zijn ouders in de jaren zestig gingen trouwen, schreven de regionale media spottend dat het eerste 'Hartog- en Zwanenbergduo' een feit was. "De Ossenaren konden zich dat toen moeilijk voorstellen. Het huwelijk was hetzelfde als dat fans van Ajax en Feyenoord nu zouden trouwen", grapt hij.

Onderzoek in archieven
Langenhuijzen deed eind jaren tachtig onderzoek naar de concurrentie. "Ik was net afgestudeerd en deed vrijwilligerswerk bij het streekarchief. Daar kwam ik in contact met de directie van Unilever, die te laat wist dat Unox vijftig jaar bestond. De directie vroeg of ik alsnog een boek wilde schrijven over de geschiedenis van het bedrijf."

Een jaar dook de Ossenaar in de archieven van de gemeente en van Unilever op zoek naar vergeten materiaal. "In grote kasten met lades. Sommige zaten op slot en niemand wist waar de sleutel was. Dus ik heb ze laten opbreken. Ik vond onder andere oude directieverslagen. Het materiaal was zo uniek dat zelfs de baas van Unilever vroeg hoe ik aan die informatie kwam."

Afspraken over het verdelen van de markt
De documenten toonden aan dat de aartsrivalen in Oss veel in de melk te brokkelen hadden. Een van de opmerkelijkste vondsten volgens Langenhuijzen was dat de families Hartog en Van Zwanenberg voor de buitenwereld concurrenten waren, maar dat ze het eigenlijk goed met elkaar konden vinden. Ze waren zelfs verwant aan elkaar, ontdekte de historicus tot zijn verbazing. Zo waren de oprichters Hartog Hartog en Nathan van Zwanenberg neven.

Langenhuijzen grinnikt. "Ze maakten afspraken over hoe ze de markten en de winsten zouden verdelen. Daar zou de Nederlandse Mededingingsautoriteit nu op tegen zijn." De afspraken waren echter van korte duur, omdat Hartog door Unilever werd overgenomen. Een van de regelingen om bijvoorbeeld een gezamenlijke geldpot van een deel van de winst bij te houden voor mindere tijden, verviel daardoor.

Fusie tussen Unox en Zwanenberg
Unilever en Zwanenberg bleven na de overname verwikkeld in een felle concurrentiestrijd. Ze namen concurrenten over en probeerden elkaar zo de loef af te steken. Uiteindelijk werd Zwanenberg eind jaren zestig zelf overgenomen, door chemicus Koninklijke Zout-Ketjen. Dat bedrijf was geïnteresseerd in een van de fabrieken van Zwanenberg, Organon, waar uit de alvleesklieren van varkens insuline werd onttrokken.

Het concern maakte vooral chemische producten als verf en lakken en wilde daarom van de vleestak af. Het vond in Unilever een geschikte overnamekandidaat. Een fusie leek ideaal, omdat er zo na jaren van competitie een sterkere vleesfabrikant zou ontstaan. De top was enthousiast, weet oud-werknemer Jan van Thiel nog. Er werd symbolisch een brug over het concurrentiestraatje gebouwd, waarop leidinggevenden van beide fabrieken elkaar de hand gaven.

Vleesimperium brokkelt af
Voor het 'werkvolk' kwam het nieuws hard aan. Werknemers zagen de samenvoeging niet aankomen en reageerden geschokt, zo vertellen zij nu. Afdelingen moesten worden samengevoegd en er verdwenen banen.

Het vleesimperium in Oss is tegenwoordig grotendeels afgebrokkeld. Van de zesduizend medewerkers zijn er door reorganisaties nu iets meer dan vierhonderd over. Ook nu staan er banen op het spel. Langenhuijzen denkt dat de vleesverwerker ooit uit Oss zal verdwijnen. Toch zullen de stad en de industrie volgens hem onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven. "De merknaam Unox is nog steeds een van de bekendste."

Ontdek de vrijwel complete geschiedenis van Hartog, Zwanenberg en Unox in de tijdlijn op deze pagina. Klik op de blauwe bolletjes voor meer informatie.

De Osse Groei

'Unox is niet als vroeger, alleen de fabriek is over'


OSS - Unox in Oss is tegenwoordig een schim van wat het de vorige eeuw was. Van de ooit zesduizend mensen werken er nog iets meer dan vierhonderd bij de vleesverwerker. Dit jaar verdwijnt er weer een onbekend aantal arbeidsplaatsen. Locatiedirecteur Yvette Heijwegen (38) reageert nuchter: "Niemand kan in de toekomst kijken."

De afgelopen twee jaar moesten er al bijna veertig medewerkers weg. Dat was het gevolg van een reorganisatie die moederbedrijf Unilever in 2010 aankondigde. De productielijn van soepen in zak ging naar Polen, omdat de soepen daar naar verluidt goedkoper kunnen worden geproduceerd.

Opnieuw ontslagen bij Unox
Er stonden aanvankelijk honderd banen op de tocht in Oss. Dit aantal valt nu lager uit, omdat de multinational een productielijn van saus in glas van een andere onderneming naar Oss heeft verplaatst. Daardoor blijven de ontslagen beperkt, stelt Heijwegen, die vorig jaar als works director bij Unox begon.

De reorganisatie is echter nog in volle gang. Dit jaar moeten er weer banen verdwijnen, weet Heijwegen. Concrete cijfers kent ze nog niet, maar het zijn er volgens haar in totaal 'minder dan honderd'.

'Niet meer de gigant van vroeger'
De lokale bevolking en de werknemers zijn ongerust. Zij vinden dat er jarenlang genoeg is gesaneerd. Unox is namelijk maar een fractie van het bedrijf dat het ooit was. "Zoiets is nooit leuk. Collega's hebben hier de lijn met vallen en opstaan opgezet", verwoordt een werknemer.

Heijwegen begrijpt de opschudding, maar erkent ook dat tijden veranderen. De vleesverwerker is volgens haar niet meer de Osse gigant van vroeger, toen er nog muziek- en sportverenigingen voor het personeel waren. "Unox is vanuit historisch oogpunt gelinkt aan Oss, maar hoort nu bij Unilever. De verenigingen zijn er niet meer. Alleen de fabriek is over."

Afdelingen werden gesloten
De huidige fabriek ontstond veertig jaar geleden toen Unox met Zwanenberg samenging. Sindsdien is er veel veranderd. Verenigingen werden afgestoten en afdelingen werden opgedoekt. Ook besloot Unilever in de jaren tachtig om het vlees in te kopen. Uit kostenbesparing werden de slachterijen in Oss gesloten, terwijl daar voorheen varkens werden geslacht en ter plekke werden verwerkt. Dat valt nu nog af te lezen aan een deel van de gebouwen op het terrein, die verlaten en onverlicht zijn.

Unilever bracht verder de lokale marketing- en salesafdelingen onder in het Nederlandse hoofdkantoor van Unilever in Rotterdam. Kantoorpersoneel bij Unox is er nu nagenoeg niet meer. De paar die er in Oss werken, houden zich volgens Heijwegen voornamelijk bezig met de aanschaf van nieuwe machines, de financiën en aanpassingen van de ingrediënten.

Volgens Heijwegen passen bepaalde activiteiten niet meer bij de fabriek. "Een bedrijf dat alles wil doen, is nergens goed in. Anderen zijn namelijk altijd beter. Het moet daarom doen wat het goed kan, zoals Unox met het maken van worsten, saus en soep. We lopen achter de feiten aan als we blijven doen wat we deden."

Meer aandacht voor buitenland, maar fabriek blijft
Unox produceert voor Unilever alleen nog saus in glas, vlees en soepen in blik en rookworsten. Meer dan de helft van alle producten komt als Unox-, Knorr- of Hemamerk in de Nederlandse schappen terecht. "Er is alleen een verschil met vroeger, toen de fabrieken vooral voor de lokale markt produceerden", vertelt Heijwegen. "Onze producten zijn nu ook voor andere Europese landen, omdat we onderdeel van het Europese Unilevernetwerk zijn."

Dat Unox relatief meer voor het buitenland maakt, wil volgens de directeur niet zeggen dat de fabriek ook in een 'goedkoop' land kan staan. "Een fabriek moet in een land staan waar de meeste producten worden verkocht, omdat er anders te veel transportkosten zijn. Daarnaast is het niet goedkoop om een nieuwe fabriek neer te zetten, want het personeel moet ook worden bijgeschoold. Wij hebben die kennis al in huis."

'Gezonde fabriek maken'
Heijwegen weet niet wat Unilever nog in petto heeft voor Oss, hoewel het voor haarzelf wel duidelijk is. "Het enige doel dat ik heb, is een gezonde fabriek maken. Alles moet uiteindelijk beter, slimmer en goedkoper worden."

De tijd dat Henk Boeijen als verkoper langs de winkels reed, is voorbij. "Vroeger produceerden we wat we wilden en verkochten we dat. Nu maken we wat de klanten van ons vragen. Dat vereist meer flexibiliteit." Zo werken werknemers niet meer over, maar houden zij zich dag en nacht aan strakke schema's. In de winter - het hoogseizoen - zeven dagen, in de zomer minder. Op die manier kunnen volgens Heijwegen de voorraden kleiner worden gehouden en de kosten lager.

De locatiedirecteur denkt dat met meer flexibiliteit de Unoxfabriek in Oss 'gezond' kan zijn. Ze hoopt bovendien dat het daardoor voor Unilever aantrekkelijk wordt om uiteindelijk weer productielijnen naar Oss te halen. "Niemand kan in de toekomst kijken, maar hopelijk kunnen we weer groeien."

Na de fusie van Zwanenberg en Unilever in 1970 ging de farmaceutische Zwanenbergdochter, Organon, zelfstandig verder. In 2009 werd het bedrijf overgenomen door het Amerikaanse Shering-Plough, dat een jaar later de naam MSD kreeg.

Moederbedrijf MSD maakte in 2010 bekend dat er 2175 van de 4500 banen bij Organon moesten verdwijnen. Het ging met name om onderzoekers. Dankzij onderhandelingen vielen er uiteindelijk 1600 ontslagen.

Een deel van de wetenschappers is aan de slag gegaan op het Life Sciences Park in Oss. Het park bestaat uit de oude gebouwen en apparaten van Organon, die beschikbaar kwamen na de reorganisatie. Eigenaar is de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij. Directeur Jan Pelle vertelt waar hij met het park naartoe wil.

De archiefbeelden zijn van Omroep Brabant. De omroep heeft toestemming gegeven voor het gebruik van de beelden.
item1-5

'Stakers bij Zwanenberg werden direct ontslagen'


OSS - Toen Nathan van Zwanenberg eind negentiende eeuw met een slagerij in Oss begon, leek de afstand tussen de werknemer en de baas klein. Er werd vriendelijk goedendag gezegd en soms werd er een praatje gemaakt. Maar zo amicaal als de sfeer op de werkvloer was, zo wreed was die toen er buiten de poort werd gestaakt.

Gerard Ulijn uit Megen heeft zich verdiept in het plaatselijke arbeidersverleden. De 69-jarige historicus doet onderzoek naar de stakingen van arbeiders in Oss. Zijn woning staat vol met volgepakte dozen met aantekeningen en krantenknipsels. Boeiend materiaal, zo vindt hij, omdat er in de begintijd van de industrialisatie bijna nooit iets over de arbeidsomstandigheden in Oss werd gemeld.

Verhouding leek goed
Ulijn zit in het lokale stadsarchief aan tafel. Hij bladert vluchtig een boek door. Dan vallen zijn ogen op een ietwat gelige foto. "Dit is 'm", zegt Ulijn terwijl hij met zijn vinger naar een man met een grote zwarte snor op de foto wijst. "Dit is mijn opa, de derde van rechts. De mensen in de donkere jassen zijn het kantoorpersoneel en daar met die schop, dat is de kolenschepper."

Op de foto staat het personeel van Zwanenberg rond 1914. Ulijns opa werkte tot zijn pensioen als slager bij Zwanenberg. Volgens de historicus had hij het goed naar zijn zin, en was de verhouding tussen directie en personeel prima. Hij vertelt een anekdote over zijn grootvader: "Menne dag woar wir goed, zei mijn opa, want Saal ha gezeet: 'dag, Jan'. En hij hief zun hand op."

Sfeer niet altijd vriendelijk
Saal, of eigenlijk Salomon van Zwanenberg, was de neef van oprichter Nathan van Zwanenberg. Hij werd rond 1917 directeur van het bedrijf, dat zich aanvankelijk bezighield met het slachten en exporteren van varkens naar het buitenland. Later kwamen daar diverse fabrieken bij, waaronder een bacon- en darmzouterij en Organon, waar uit alvleesklieren insuline werd onttrokken.

Tot zijn aftreden als bestuurslid in de jaren zestig zwaaide Saal met de scepter en bepaalde hij het lot van de werknemers die het soms iets minder voor hadden met zijn vleesverwerkingsbedrijf. Want de sfeer was niet altijd vriendelijk.

Vakbond in Oss
In 1913 kreeg slagersgezellenbond Sint Joris een plaatselijke afdeling. De bond maakte de Ossenaren ervan bewust dat zij als collectief sterker stonden tegenover hun werkgevers. Een jaar later legden ongeveer tachtig van de honderdzeventig medewerkers van Zwanenberg het werk neer. De stakers, voornamelijk arbeiders in de fabriek, waren het oneens met de lonen van 1,75 gulden per dag en eisten een paar cent opslag.

De staking vond geen gehoor. De directie van Zwanenberg negeerde de demonstratie en schreef in een mededeling dat degenen die meededen 'als ontslagen werden beschouwd'. De opa van Ulijn behoorde niet tot de stakers.

Directie niet van tegenspraak gediend
Drie jaar later was er opnieuw een conflict. Dit keer tussen de directie en het kantoorpersoneel, dat tijdens werktijden niet meer van zijn plaats mocht gaan voor het bezoeken van andere afdelingen. De zes personeelsleden dienden een verzoekschrift in om daar iets aan te doen.

Hoewel niet bekend is in welke woorden het schrift werd opgesteld, werd duidelijk dat met name Saal van Zwanenberg niet van de tegenspraak was gediend. Hij ontsloeg de 'opstandige employés' en liet vervolgens een advertentie in de kranten plaatsen waarin om nieuw personeel werd gevraagd.

Vakbond kon weinig doen
Het nieuws van de ontslagen werd vrijwel meteen opgepikt door de Provinciale Noord-Brabantsche en 's-Hertogenbossche Courant. Daardoor vernam ook een vakbond dat er ontslagen vielen, maar die kon niets meer voor de lieden betekenen. De bond kon er alleen voor zorgen dat het zestal een aanbeveling voor een volgende werkgever kreeg.

Dagblad De Stad Oss schreef in 1917 opvallend genoeg niets over de staking. Dit terwijl de voorloper van het Brabants Dagblad, toen eigendom van een particulier, het uithangbord van de plaatselijke bevolking was. Behalve het reguliere nieuws stonden er mededelingen van de overheid en de bevolking in, waarbij niemand een blad voor zijn mond nam. Een Ossenaar deelde publiekelijk mede dat hij zijn vrouw geen krediet meer wilde verlenen.

'Kranten namen stelling tegen arbeiders'
Het is onduidelijk waarom het dagblad niets over de staking vermeldde. Volgens Ulijn waren de redacteurs van de drie regionale kranten vermoedelijk te braaf en schreven zij artikelen aan de vermogende werkgever toe. Ulijn denkt hardop: "De kranten namen stelling tegen de katholieke arbeiders, die volgens het geloof het gezag moesten gehoorzamen. Ze vonden het onbezonnen om te gaan staken."

Ook op de werkvloer moest er worden gehoorzaamd. In de regio woonden vooral 'kleine' boeren, vaak met slechts een varken en een paar kippen. Toen zij in de fabrieken gingen werken, zagen de boeren en de fabrikanten niet in dat ze aan regels waren gebonden. Ulijn: "Ze moesten er om zes uur 's ochtends zijn, maar ze kwamen niet als het ze niet uitkwam. Dat gebeurde alleen geen tweede keer: de fabrieksbaas zei dat ze bij een volgende keer ontslagen zouden worden."

'Arbeiders waren gehecht aan vrijheid'
De snelle omschakeling naar een geregeld leven bleek voor sommige Ossenaren rampzalig. Ineens moesten ze hard en lang werken, terwijl ze daar niets aan konden doen. Een cao was er namelijk nog niet. Ulijn: "De boeren waren gehecht aan hun vrijheid. Als ze een praatje wilden maken, deden ze dat."

Onder andere door de ontevredenheid over de macht van de industriëlen ontstond de eerste misdaadgolf eind negentiende eeuw. Uit protest werden opzichters van de fabriek mishandeld en bedreigd, werden er branden gesticht en waren er inbraken en diefstallen. Ook schoten Ossenaren een wachtmeester van de Marechaussee dood, omdat hij het goed kon vinden met de fabrikanten. De Marechaussee sloeg de opstand in een reactie vervolgens hard neer.

Vakbond krijgt invloed, eerste cao een feit
Toen in 1913 werknemersvereniging Sint Joris in Oss kwam, had de familie Van Zwanenberg daar in het begin geen boodschap aan. Maar toen enkele jaren later het grootste deel van de Osse slagers van de vereniging lid was, was er voor de directie geen ontkomen meer aan. Sint Joris had invloed gewonnen en kon daardoor voor het eerst onderhandelen over de werktijden en het salaris.

Het bestuur van Zwanenberg en Sint Joris sloten in 1920 na jaren van protest de eerste collectieve arbeidsovereenkomst. Daarin stond dat er op vaste tijden werd gewerkt: een 45-urige werkweek, met vijf dagen acht uur werk en één dag vijf uur. Het inkomen was in vergelijking met de eerste staking in 1914 fors toegenomen. De arbeiders kregen voortaan gemiddeld 29 gulden per week, wat neerkwam op ruim vijf gulden per dag.

Directie behield aanzien
Hoewel de werknemersvereniging aan invloed won en de arbeidsomstandigheden verbeterden, betekende dat niet dat de directie aan macht en aanzien verloor. De familie Van Zwanenberg maakte jarenlang nog steeds de dienst uit.

Oud-werknemer Henk Boeijen zegt daarover: "Wij hadden bij Zwanenberg aardige directieleden, maar ze waren de baas. Daar keek je tegen op, zeker tegen Saal van Zwanenberg. Als meneer Saal binnenkwam, ging je in de houding staan. Daar had je erg veel respect voor."

Lees ook:
- Informatie over andere stakingen bij Zwanenberg - en bij Hartog - in de tijdlijn van De Osse Groei.
- Een persoonlijke verhaal van de verhoudingen tussen de familie Hartog en het personeel begin twintigste eeuw
- Het schandaal van Mau van Zwanenberg en de dienstmeisjes

Vanaf de jaren vijftig gaat het steeds beter met de Osse industrie. Zowel Zwanenberg als Hartog overtreft het vooroorlogse peil wat betreft het aantal slachtingen. Ook de tijd van nieuwe, experimentele producten breekt aan. Zo brengt Unileverdochter Hartog, toen al bekend onder de naam Unox, Royco op de markt. Dat merk vertegenwoordigt tal van zogenoemde droge soepen in poedervorm.

Voor de duizenden werknemers van Hartog en Zwanenberg betekent de voortvarende periode dat er genoeg werk is. Harrie Vissers, Jo de Louw en Jan van Thiel vertellen over de Osse groei aan de koffietafel. Over hoe ze ooit begonnen en hoe ze hun bedrijven door de jaren heen zagen veranderen, tot de fusie in 1970. Zij vullen elkaar daar waar nodig is aan.

Hoe het nu met Hartog en Zwanenberg - nu Unox - gaat? Daarover vertelt Alex den Brok.

Ontslagen bij Zwanenberg: 'Na honderd knapte er iets'


OSS - De scherpe kantjes zijn er vanaf en een zuiver beeld kan hij na al die jaren niet meer geven. Maar één ding blijft Leo Uittenbogerd (81) zeker veertig jaar na de fusie tussen vleesverwerkers Unox en Zwanenberg in Oss nog bij. De ontslagen die vielen, die deden pijn.

De gepensioneerde Uittenbogerd woont op een natuurrijk landgoed aan de rand van Oss. Hij werkte een groot deel van zijn leven bij Zwanenberg. Dat heeft hem geen windeieren gelegd. Om hem heen geen rumoerige vaklieden met slagersmessen meer, maar een luxueuze oprijlaan met knisperend grind en deinende bomen.

Baan als assistent-exportmanager
De Ossenaar zit aan tafel in zijn woonkamer. In het midden prijkt een eikenhouten kast met een sierstrip met menselijke silhouetten. Hij kan een glimlach niet onderdrukken als hij hoort dat hij zijn verhaal mag doen. "Wacht even", fluistert hij. Met flinke passen loopt hij naar de hal naast de kamer en komt hij terug met een stapel boeken over de Osse industrialisatie, die hij op tafel legt.

De boeken gaan over zijn voormalige werkgever, Zwanenberg. Uittenbogerd kwam na een open sollicitatie in 1957 als assistent van de exportmanager bij de grote vleesverwerker terecht. Hij kende Zwanenberg van zijn vorige baan bij een transportbedrijf in Amsterdam. Het Osse vleesbedrijf was een grote klant, dat het bedrijf in de arm nam voor het beladen van zeeschepen, zo weet hij nog.

Duizenden tonnen voor het buitenland
Uittenbogerd maakte snel kennis met de grote afzet van Zwanenberg. Honderden kilotonnen aan vlees gingen er jaarlijks naar het buitenland. Ribben, staarten, poten - vrijwel alles van het varken werd verwerkt en van de hand gedaan. De voormalige werknemer grinnikt als hij zegt dat Zwanenberg zelfs gekookte baarmoeders verkocht. "Wat de mensen daarmee deden, wist niemand."

Zijn taak was om de export in goede banen te leiden. Onder zijn toezicht werkten vijftien mannen en vrouwen. Zij tikten facturen, vroegen vergunningen aan en zorgden ervoor dat documenten in orde waren. Vervolgens werden alle vleesproducten in grote containers naar het buitenland vervoerd, vertelt hij. "Elke vrijdagmiddag stond er op het spoor een trein met wel twintig volgeladen koelwagons. Die werden een dag later naar Rotterdam vervoerd, waarna het vlees per boot naar Engeland vertrok."

Felle concurrentiestrijd met rivaal Hartog
De destijds 26-jarige assistent-exportmanager werd aangenomen tijdens de hoogtijdagen van het bedrijf. In de jaren zestig werkten er ongeveer 3.500 mensen, bijna drie keer zoveel als vijftien jaar eerder. Jaarlijks werden meer dan 400.000 varkens geslacht, voor Zwanenberg een record. Al snel klom Uittenbogerd op tot exportmanager.

Die glorietijd spreekt de oudgediende nog steeds tot de verbeelding. Tijdens zijn verhaal mijmert hij over de welvarende tijd die achter hem ligt. Over de felle concurrentiestrijd die Zwanenberg leverde tegen aartsvijand Unox, die notabene naast Zwanenberg stond. En de competitie met bedrijven uit Denemarken en Polen, over wie de beste bacon in Engeland verkocht.

Fusie Zwanenberg met Unox
Zwanenberg was niet alleen een vleesverwerker, maar had sinds de jaren twintig ook een farmaceutische tak: Organon. Dat bedrijf maakte onder meer anticonceptiepillen. Koninklijke Zout-Ketjen, dat zich bezighield met de productie van zout en chemische producten als lakken en verven, zag daar wel brood in. De twee fuseerden in 1967.

De vleestak van Zwanenberg bleek echter een vreemde eend in de bijt van het nieuwe chemiebedrijf. De afdeling werd daarom in 1970 verkocht aan Unilever, het moederbedrijf van Unox. Dat was een zware klap voor de medewerkers van beide ondernemingen, die bijna een eeuw strijd met elkaar voerden. Uittenbogerd weet nog precies wat hij toen voelde: "Ik werd samen met mijn collega's verkocht, verkocht aan Unilever."

Moeilijke momenten
De fusie zorgde voor een hoop commotie. Unox en Zwanenberg waren wat betreft productie en aantal werknemers namelijk aan elkaar gewaagd. Het samengaan leidde onder meer tot dubbele afdelingen en een overschot aan werknemers. Uittenbogerd: "Toen op een bepaald moment de zaak samenging, was alles plotseling dubbel."

Als exportmanager moest Uittenbogerd ervoor zorgen dat de afdelingen gingen samenwerken. "Dat waren moeilijke momenten. Elk bedrijf had bijvoorbeeld een eigen bereiding van de ham. Het grootste struikelblok was het kiezen van een methode en daarvan iedereen te overtuigen. Soms duurde dat maanden en moest er bij wijze van spreken met de vuist op tafel worden geslagen."

'Werknemers geshockeerd'
Maar het moeilijkste was voor Uittenbogerd het massaontslag dat op komst was. "Je kon dat zien op de afdelingen, die waren wanstaltig groot. Er waren te veel mensen, te veel bureaus. Ik herinner me nog dat ik op een dag meer dan honderd mensen moest ontslaan. Zij waren van alle afdelingen, van verpakkingen van exportproducten tot de slachterijen. De ontslagen waren allemaal voorbereid en doorgesproken door de leiding, waar ik ook bij zat. Maar het moest nog wel aan de mensen worden verteld."

De ontslagen vielen in alle geledingen, sommigen werkten er al tientallen jaren. "Ik kan je vertellen: de eerste twintig, dat gaat nog wel. Meestal waren de mensen zo geshockeerd dat ze helemaal stilvielen. Maar bij de honderdste is er ook bij mij iets geknapt." Hij kon het naar eigen zeggen niet aan om zijn collega's, die met veel passie soms lange tijd bij het bedrijf werkten, weg te moeten sturen.

Bedrijvigheid weggevaagd
De exportmanager wilde met vakantie, weg van alle tumult. "Toen is het misgegaan. Ze hebben me van zee moeten plukken met een hartritmestoornis. Die ontslagen deden wat met me. Ik was niet de enige: in het ziekenhuis was een speciale afdeling, waar verschillende collega's op terechtkwamen met hartproblemen."

De directies van Unox en Zwanenberg zetten de fusie door. Op voorwaarde dat de ontslagen werknemers begeleiding kregen. Daarmee werd in één klap een deel van de Osse bedrijvigheid weggevaagd. Van de oorspronkelijke vleesverwerkers is weinig overgebleven, tot verdriet van Uittenbogerd. "Potverdorie. We waren met zesduizend mensen. Binnen vijf jaar halveerde dat aantal."

Lees meer:
Tegenwoordig werken nog iets meer dan vierhonderd mensen bij Unox in Oss en is het nog de vraag of er in de toekomst werk voor ze is. Organon, dat werd overgenomen door Koninklijke Zout-Ketjen, is nu in handen van de Amerikaanse farmaceut MSD. Ook daar moesten aflopen jaren mensen weg.

De Osse Groei

Eerste bedrijven vestigen zich op Life Sciences Park in Oss


Reconstructie Life Sciences Park in Oss: 'Ik kan nooit uitsluiten dat het mislukt'

OSS - Of het Life Sciences Park in Oss het gaat redden, weet wethouder Jan van Loon van Economische Zaken niet. Hij sluit niet uit dat de campus, waar dit jaar iets meer dan twintig kleine onderzoeksbedrijfjes zijn begonnen, mislukt. Maar een alternatief was er volgens hem niet. Er stonden duizenden banen op het spel.

De ontslagronde hing al een tijd in de lucht. Het Amerikaanse geneesmiddelenbedrijf MSD liet doorschemeren dat het meer van zijn activiteiten wilde gaan onderbrengen in de Verenigde Staten. De multinational stond zo naar eigen zeggen sterker tegen de concurrentie van opkomende landen als China en Brazilië. Dat er na de bewuste datum van 8 juni 2010 echter 2175 van de 4500 banen bij dochteronderneming Organon in Oss moesten verdwijnen, hield niemand voor mogelijk.

'Een man van zijn woord'
Iemand die niet raakt uitgepraat over het massaontslag is de 62-jarige Jan van Loon uit Macharen. Hij is tien jaar wethouder en zit in zijn derde en, zo zegt hij, waarschijnlijk laatste ambtstermijn. Het Brabants Dagblad omschreef hem ooit als een man van zijn woord, joviaal en goedlachs. Hij zou met zowel de arbeiders als de fabrieksdirecteur door één deur kunnen.

Weinigen kunnen de geboren Ossenaar er op betrappen dat hij niet in een maatpak loopt. In het gemeentehuis en tijdens persconferenties draagt hij altijd een stropdas. Trots: "Dat is één van de mooie dingen van een wethouder zijn. Je kan niet alleen regels opstellen, je draagt de stad ook uit."

Onrust door ontslagen Organon
In 2010 droeg Van Loon Oss alleen op een manier uit die hij liever had willen voorkomen. De aankondiging van het massaontslag zorgde voor onrust in de gemeente. Eén van de grootste en oudste regionale bedrijven zou door de reorganisatie flink worden afgeslankt. Talloze protesten volgden, tot in de raadszaal aan toe. Een 'bittere pil', noemden werknemers het besluit van MSD.

Als de witblonde wethouder terugdenkt aan dat moment, valt hij stil. Van Loon: "Dat MSD maatregelen nam, wisten we. Dat er veel arbeidsplaatsen moesten verdwijnen, wisten we ook. Maar dat het om zoveel plekken ging, dat was een klap."

'Unieke situatie'
Van Loon staat in de lokale politiek bekend als een gedreven man. Nog voordat het nieuws van de ontslagen bekend werd en het in grote letters op de voorpagina van het Brabants Dagblad stond, legde de wethouder contact met het provinciebestuur. "Er moest zo snel mogelijk worden gekeken naar hoe we de ontslagen bij Organon konden opvangen. Het ging om wetenschappers van de onderzoeksafdeling, mensen met een hbo- of universitaire opleiding. Dat was een unieke situatie."

Van Loon vond het naar eigen zeggen het belangrijkst om de werkgelegenheid in Oss te behouden. De aangekondigde reorganisatie van 2175 banen kwam hard aan op een werkbevolking van ongeveer 40.000 mensen. Niet alleen de werknemers van Organon hadden daar last van, ook elders in Oss zouden de gevolgen merkbaar zijn. Van Loon: "Het Midden- en Kleinbedrijf is voor een deel afhankelijk van Organon. Toeleveranciers, maar ook bakkers en bloemisten."

Life Sciences Park van start
Van Loon: "Er ontstond door de ontslagen veel aandacht van de media en de politiek, die zelfs leidde tot Kamervragen. De minister wilde naar de directie van MSD in Amerika vliegen."

De wethouder was dan ook opgelucht toen MSD met het initiatief kwam om een Life Sciences Park in Oss op te richten. In de gebouwen van de pas gesloten onderzoeksafdeling zouden startende bedrijfjes komen die konden samenwerken met Organon. Dat plan kreeg in het begin nauwelijks aandacht in de media, zo vertelt Van Loon. "De ontslagen voerden de boventoon. Maar wij zijn ermee aan het werk gegaan."

Ruim twintig bedrijven op campus
In totaal werd er 66 miljoen euro in het park gestopt, dat vooral werd uitgegeven aan de apparatuur en de gebouwen. De helft van dat bedrag kwam van MSD, de andere helft van de overheid. "Dat was nogal wat tijdens de economische recessie. Wij hopen dat een deel ooit terugkomt, maar het is geen kwestie van terugverdienen. We moesten investeren in de mensen, in de werkgelegenheid."

In februari ging het park onder leiding van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij formeel van start. Sindsdien zijn er exact 22 bedrijven gevestigd, met in totaal 111 medewerkers. Een groot deel van hen is voormalig medewerker van Organon, zoals de oprichters van Bionovion. Naar verwachting is het park in 2020 helemaal 'vol'. Er zou dan plek moeten zijn voor zes- tot zevenhonderd wetenschappers. Daarmee moet een deel van de ontslagen worden gecompenseerd, meent Van Loon.

Bedrijven tonen interesse
Helemaal zeker dat het Life Sciences Park volledig bezet gaat worden, is Van Loon niet. Volgens hem is het park de beste oplossing om de werkgelegenheid tenminste ten dele in Oss te behouden. "Of het nu een, vijf of honderd arbeidsplaatsen oplevert. Maar ik kan niet uitsluiten dat het uiteindelijk mislukt."

Het park lijkt vooralsnog niet te falen. Wereldwijd tonen bedrijven interesse in een plek op de campus. Pas kwam een afvaardiging van een Israëlische onderneming een kijkje nemen in Oss. Het bedrijf, dat onderzoek doet naar stamcellen, zoekt een locatie voor de Europese markt. Het is met name in het Life Sciences Park geïnteresseerd omdat er al apparatuur en gebouwen beschikbaar zijn.

Minder ontslagen Organon
Duidelijk is dat door de komst van het Life Sciences Park inzichten zijn veranderd. Zo verdwenen er bij Organon in Oss van de geplande 2175 uiteindelijk 'maar' 1600 banen. Volgens een woordvoerder van MSD komt dat onder meer omdat MSD uiteindelijk met een ontwikkelingscentrum begon dat moet gaan samenwerken met de bedrijfjes op het park.

Van Loon peinst er niet over dat de geneesmiddelensector uit Oss verdwijnt. Volgens hem ligt Oss een toekomst als 'farmastad' in het verschiet. Goedlachs: "Door de crisis verdwijnt er veel, maar de behoefte aan goede medicijnen blijft altijd."

In 2012 zijn ruim twintig bedrijven begonnen op het Life Sciences Park in Oss, ontstaan na de reorganisatie bij Organon twee jaar eerder.

Een van bedrijven op het park is Bionovion, dat een medicijn tegen kanker ontwikkelt. Naar verwachting komt het medicijn over een paar jaar al op de markt.

Oprichter Hans van Eenennaam vertelt over waarom hij met Bionovion is begonnen.

Lees ook: Wat zal er in de toekomst met Oss gebeuren?

Ontslagen bij Unox: 'Opgeven is geen optie'


OSS - Arbeiders begonnen naar eigen zeggen ooit bij Unox in Oss met het idee dat ze daar tot hun pensioen konden blijven werken. Alex den Brok uit Berghem weet intussen wel beter. De voorzitter van de ondernemingsraad ziet de laatste jaren met lede ogen aan hoe de een na de ander moet vertrekken. Zelf hoopt hij het nog tot zijn oude dag uit te kunnen zingen. "Opgeven is geen optie."

Den Brok, 43, begon ruim twintig jaar geleden achter de lopende band bij Unox. De militaire dienst zat er op en dat betekende dat hij aan de slag moest. Met alleen een havo-diploma op zak kon hij alleen niet overal terecht. Maar bij Unox in Oss, daar was plek.

Via zijn vader, die daar ook werkte, werd de toen 22-jarige jongeman naar binnen gesluisd. Dat ging opvallend goed, weet hij nog. Het sollicitatiegesprek duurde slechts tien seconden. "Mijn buurman zat tegenover mij. Hij vroeg hoe het met mijn vader was en zei dat ik later terug moest bellen. Daarna kon ik meteen beginnen."

'Sociale karakter maakt Unox bijzonder'
Aanvankelijk viel het werk tegen. De lopende band was 'even wennen', en het bleek zeker niet zijn droombaan, zo verwoordt hij. Niettemin klom hij na een paar functies op en werd hij lid van de de ondernemingsraad. Daar greep hij de rol van voorzitter met beide handen aan toen die plek beschikbaar kwam. Dat doet hij nu drie jaar, naast het reguliere productiewerk.

Hij geniet van het werk, zegt hij. Dagelijks spreekt de vertegenwoordiger collega's aan op de werkvloer. Als hij even geen tijd heeft, staan ze voor zijn deur om alsnog de gang van zaken door te nemen. "Dat sociale karakter, het familiaire, dat maakt Unox erg bijzonder."

Aan de regels houden
Maar sinds het internationale hoofdkantoor niet in Rotterdam maar in Zwitserland staat, veranderen de contacten bij de Unileverdochter. "Die worden steeds afstandelijker. Over strategische keuzes praten we niet meer. En ook met de directeur overleggen kunnen we niet. Hij zit in Shanghai of waar dan ook."

Vroeger ging dat anders, weet Den Brok nog. "Toen kon je de directeur overtuigen. Nu lukt dat niet meer. Als wij bijvoorbeeld honderd dagen aan voorraad willen hebben, maar iemand in Zwitserland zegt zestig, dan moeten wij ons daar aan houden. Zelfs als we het daar niet mee eens zijn."

Ontslagen bij Unox
De laatste jaren oefent 'Zwitserland' merkbaar meer invloed uit op de dochterondernemingen, ook in Oss. "In 2007 werden drie Unilever-fabrieken gesloten. Dat was een onstuimige periode. Bij ons ging er gelukkig niets dicht, maar er werd al aan de productielijn van soepen in zak getrokken. In Polen kon het namelijk ook, wisten ze, en veel goedkoper."

Het kwam daardoor niet als een verrassing dat twee jaar geleden de lijn naar Polen ging. Veertig tot vijftig werknemers verloren hun baan, waarvan een deel momenteel nog moet vertrekken. Den Brok: "Zoiets is nooit leuk. Collega's hebben hier de lijn met vallen en opstaan opgezet."

Ook bedrijfsleider Yvette Heijwegen kan weinig aan de situatie doen, beweert Den Brok. Zij kan hoogstens proberen om de lijnen in Oss te houden, maar ze kan niet ingaan tegen de besluiten van het hoofdkantoor in het buitenland. "Yvette moet net als de andere directeuren van de fabrieken binnen een raamwerk manoeuvreren, en doen wat haar wordt opgedragen."

Niet kunnen concurreren met Polen
De vrees bestaat dat er in de toekomst meer lijnen zullen worden verplaatst van Oss naar het buitenland, mogelijk naar Polen. "Daar kan niemand mee concurreren. Vooral wat betreft salaris leggen wij het af. Dat geeft een gevoel van oneerlijkheid, een gevecht dat we niet aan kunnen gaan. Zelfs als ik de helft van mijn salaris inlever, zijn zij goedkoper."

Productielijnen die nog wel in Oss blijven, zoals de soepen in blik en de rookworsten, moeten daarnaast sneller, goedkoper en met minder mensen draaien. Mede komt dat door de eisen van de afnemers, die met hun producten vlugger willen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Zo komen er andere merken bij, met andere ingrediënten.

'Velen haken af'
De veranderingen zorgen ervoor dat er een tandje bij moet worden geschakeld. Als voorbeeld noemt Den Brok de soepen in blik. Voorheen werden er wekelijks drie soorten geproduceerd, nu veertien. "Vroeger liepen de retailers achter de fabriek aan. Unox produceerde iets en verkocht dat vervolgens. Nu moeten wij maken wat zij willen hebben."

De OR-voorzitter vreest dat de omschakelingen velen opbreekt. Unilever zou meer van de werknemers verwachten en eisen. Nu al maakt hij naar eigen zeggen vaak mee dat een collega het werk niet meer aankan. Als omscholing niet meer baat, loopt het volgens hem gauw af. "Daar werden ze dertig jaar geleden niet voor aangenomen."

'Dit gaan we niet overleven'
Den Brok denkt dat meer mensen die altijd hard hebben gewerkt, uitvallen. "Dan komt het sociale aspect. We willen hen zo lang mogelijk binnenhouden. Iemand die hier veertig jaar werkt, kan waarschijnlijk bij andere bedrijven ook niet goed mee. Een maatschappelijk probleem dat ook hier speelt."

Den Brok weet niet waar het naartoe gaat met Unox in Oss. Het merk zal moederbedrijf Unilever volgens hem nooit verkopen, omdat het nog steeds goed verkoopt. De kans bestaat echter dat Unilever met name de soepen vanwege de kosten ooit elders laat maken. "De directieleden hebben niets met Oss. Dit gaan we als fabriek op de lange termijn misschien niet overleven."

Omdat alles steeds sneller en goedkoper moet, ontstaat er volgens de voorzitter vanzelf een nieuwe ontslagronde. "Die kunnen we bijvoorbeeld met andere roosters voor even opvangen. Dan hebben we voorlopig nog werk. Voor mij is opgeven daarom geen optie: ik heb nog steeds het idee dat ik hier mijn pensioen kan halen."

De Osse Groei